Gezond v.s. ongezond

Gezond v.s. ongezond

De discussie ‘gezond versus ongezond’ is de laatste decennia meerdere malen geweest in de fitnesswereld. Je hebt kamp A, alleen maar gezond, tegen kamp B, ongezond kan ook met mate, om je doel te behalen. Uiteindelijk is voor beide wat te zeggen omdat voor beide kampen wetenschappelijke studies zijn die beide onderbouwen. Daarnaast hebben beide kampen ook indrukkende fysieken gecreëerd die aantonen dat beide kampen daadwerkelijk werken als het goed geïmplementeerd wordt.

Daarom wordt tijdens Practical Nutrition niet gekozen voor één waarheid. Alles mag, zolang er een argumentatie zit achter het handelen. Er bestaat geen ‘gezond’ product of ‘ongezond’ product. Practical Nutrition stelt als richtlijn dat een voedingsproduct of bijdraagt aan het doel op dat moment of niet. Dit kan per individu, doel en moment verschillen.

Een voorbeeld is een vrouw van 45 jaar die op donderdagavond op de bank zit en nog 50 gram koolhydraten van haar totale dag macro’s over heeft. Ze kan kiezen uit een zak chips of twee kiwi’s tegenover een wedstrijdatleet die aankomende zondag een wedstrijd heeft. Bij de vrouw van 45 is de keuze niet van dermate belang en kan de zak chips een goede oplossing zijn als dit haar ontspanning geeft. Voor de wedstrijdatleet zou dit mogelijk geen goede keuze kunnen zijn vanwege de hoeveelheid zout dat de chips bevat.

Denk daarom niet in ‘ongezonde’ of gezonde voeding maar denk elke keer, draagt de voeding bij aan het doel in een bepaalde situatie en voldoet deze aan de wensen van de cliënt? Een goede regel voor de gemiddelde persoon is dat 70% van de voeding uit voedingsproducten bestaat uit een hoge samenstelling micronutriënten (in de volksmond vaak gezond genoemd) tegenover 30% van voedingsproducten met een lagere samenstelling van micronutriënten (in de volksmond vaak genoemd als ongezond). Er zijn weinig voedingsproducten echt schadelijk voor het menselijk lichaam bij eenmalige inname. Bij veelvoudig gebruik is het beschadigen van het lichaam wel goed mogelijk.

Naast de reden dat het mogelijke schade voor de gezondheid bij veelvoudig gebruik kan opleveren is de belangrijkste reden voor het eten van voedingsproducten met een hoge samenstelling van micronutriënten het effect op verzadiging. Verzadiging betekent hoe vol een persoon zich voelt na het consumeren van het voedingsproduct. Dit verschilt per persoon. Het zorgen voor verzadiging draagt bij aan het (langdurig) volhouden van een voedingsschema. Indien een persoon niet verzadigd is, is de kans groter dat het hunkeren naar zoetigheid en van zijn/haar voedingsplan afwijkt en boven zijn caloriebehoefte uitkomt.

De 30% keuze van producten van een lage samenstelling micronutriënten zorgt ervoor dat er meer flexibiliteit is in een voedingsplan waardoor je de favoriete voedingsproducten met mate kan verwerken in het voedingsschema. Dit heeft weer tot gevolg dat de cravings  (hunkeren naar zoetigheid) ook minder is en resulteert dat de cliënt het voedingsplan voor langere periode kan volhouden.

Het is echter niet perse nodig om de 70% / 30% regel vast te houden. Er zijn genoeg top bodybuilders die met een vrij beperkte lijst van voedingsproducten een voedingsplan kunnen volgen en volhouden en daar een ongelofelijk resultaat mee boeken. Let wel op dat het niet zo is dat als er 90 / 10 gedaan wordt dat het resultaat dan beter zal zijn. Dat hoeft namelijk niet. Je lichaam geeft niet sneller een resultaat voor extra micronutriënten. Zodra de kcal inname voldoen aan het doel en de macronutriënten kloppen maakt het niet uit welk voedingsproduct deze komen.

Geef een reactie

Sluit Menu